The island of Fyn, Langeland and Ærø
Begin maart 2011 waren we op deze eilanden.
Inleiding
Het klopt dat men in de Oostzee geen zeebaars kan vissen, misschien zal dit over enkele jaren veranderen aangezien het verspreidingsgebied van de zeebaars zich jaarlijks vergroot, maar vandaag de dag is dit nog niet het geval. Waarom bespreken we dan deze eilanden die niet tot het verspreidingsgebied van de zeebaars behoren? Wel, simpelweg omdat zij wel een andere en net even boeiende vis huisvesten, namelijk de zeeforel.Het is mijn mening dat het een vergissing zou zijn om Denemarken te bespreken zonder op zijn minst “even” de zeeforel te behandelen.Daarom dat op deze site ook een pagina aan deze eilanden en de zeeforel wordt besteed. Op veel gebieden lijkt de zeeforel trouwens op de zeebaars: het zijn allebei sportvissen bij uitstek, ze vragen beiden een goeie techniek en kennis maar ook (en misschien vooral) uithoudingsvermogen en een beetje geluk.
Begin maart 2011 zijn we een weekje naar Funen getrokken om er de zeeforel te gaan opzoeken. Funen is een mooi en rustig  eiland, dat men via bruggen kan bereiken. Op een goeie 7 uur rijden vanuit België kan men er al geraken en eens men Hamburg gepaseerd is (in Duitsland), is het zelfs een zeer mooie rit. Op de heenweg hebben we op de laatste 250km (dus ten Noorden van Hamburg) op minder dan1,5u minstens 100 reeën gezien langs de snelweg. Prachtig zich en prachtige  beesten – een mooi begin van die week.

(boven: Dit is een foto genomen tijdens onze enige “3uren zon” van de hele week)
Algemene informatie
Visvergunningen zijn nodig om op deze eiland te mogen vissen, uitgezonderd voor jongeren onder de 18 jaar en ouderen boven de 65. Deze vergunningen kan u o.a. bekomen in de informatie & toeristenbureau’s (om het dichtsbijzijnde kantoor bij uw logement te vinden kan u op deze site zoeken) of u kan ze via internet kopen op deze site. Er bestaan 3 verschillende vergunningen: dag (35DKK), week (100DKK) en jaar (140DKK). Persoonlijk heb ik nog geen enkel verkoopspunt gevonden (except de internetsite) waar je dag- of weekkaarten kon kopen.
Een interessante nota bij deze vergunning is dat u die niet verplicht op zak hoeft te hebben, wel dient u ten alle tijden de nummer van uw vergunning (fiserinummer) te kunnen meedelen bij een controle – de betreffende viswachter stuurt dan via sms deze nummer door naar hun centrale om te verifiëren dat alles in orde is en dat de vergunning weldegelijk op uw naam is uitgeschreven…
Tevens is het zeker aan te raden om het boek “Seatrout Guide Fyn, Langeland & Ærø“ aan te schaffen. Dit boekje heeft duidelijke kaarten waarop de zones aangeduid zijn waar goed gevist kan worden of waar vissen verboden is (o.a. 500 meter links en rechts van riviermondingen) en zal u nog een heleboel andere nuttige informatie bezorgen zoals waar te parkeren om op een bepaalde stek te gaan vissen, welke maanden het interessantste zijn voor een stek, …Het boekje kan u ter plaatse aanschaffen in hengelsportzaken, in sommige V.V.V.-kantoren of op sommige campings; of u kan ze op voorhand bestellen op deze site. Zie ook onze bibliografie.
Een fijne website om toch wat opzoekingswerk/voorbereidingswerk te kunnen doen is www.seatrout.dk (een engelstalige versie van deze site kan u opvragen door rechtsboven in het hoekje op de Engelse vlag te klikken, zoals op vele Deense sites). Eén van de leuke opties op deze site is een digitale kaart van de visstekken met erbij de commentaren/opmerkingen van collega vissers, maar de site is nog voor een heleboel andere informatie zeer nuttig. Zeker even een bezoekje waard!
Een andere interessante website waar u steeds juiste informatie kan vinden is de site van DMI. Op deze site kan u links in het menu doorklikken op “Havobservation” om een kaart te krijgen met de watertemperatuur, of u kan op “Fyn” doorklikken voor een weersoverzicht van de komende dagen op het eiland Funen.
U kan ook een Nederlandstalige brochure van Denemarken (en het vissen in Denemarken) via internet bekijken op deze site.
Eens u op Funen bent kan het ook interessant zijn om even in de hengelsportzaak “Go Fishing” te Odense binnen te wippen. Deze verkopers zijn stuk voor stuk gepassioneerde zeeforelvissers en hebben een heleboel nuttige info. U kan er ook vragen waar er goed gevangen wordt en welk kunstaas u het beste kan gebruiken. Eén waarschuwing is hier wel op haar plaats: probeer zoveel mogelijk uw visgerief van thuis uit te voorzien, want “in Denemarken is alles duurder” en spijtig genoeg is visgerief hier geen uitzondering op!
Wilt u graag wat meer praktische informatie betreffende het vissen op zeeforel, dan kan u ook 1 van de 4 DVD’s bekijken (of alle 4) in de reeks “Sea Trout Secrets” (van “Wide Open”) dewelke u o.a. op deze site kan bestellen. Voor meer informatie betreffende deze DVD’s kan u naar onze filmbespreking.

(boven: een “typisch” beeld van het vissen in de fjorden tijdens de vroege lentenmaanden)
Zeeforel
In april 2010 had ik 20 dagen op Funen gespendeerd. Het waren een prachtige 20 dagen en ik wou ook tijdens het project zeker teruggaan naar dit eiland – zodus greep ik de eerste kans die ik kreeg en trok ik begin maart 2011 met mijn vriendin naar het Noorden om de zeeforel te gaan opzoeken. Ik weet dat dit zeer vroeg op het jaar is om naar het Noorden te trekken, maar er wordt gezegd dat men het hele jaar door zeeforel kan vangen – zodus wilden we toch een kans wagen… Het was wel een zeer leerzame week, maar helaas: we hebben geen ene zeeforel gezien of gevoeld en dit wel om verschillende redenen:
- de watertemperatuur: zoals bij elke vis wordt de aktiviteit van de zeeforel grotendeels door de watertemperatuur bepaald. Is het water té koud dan beweegt de vis amper, is het water te warm dan wordt de zeeforel meer nachtaktief. Het is een feit dat de winter van 2010-2011 zeer streng was in Denemarken met als resultaat dat toen wij er aankwamen het water slechts 2 graden “warm” was. Overdag kon het water soms opwarmen tot een kleine 4 graden in de beschutte fjorden, maar ’s nachts daalde de luchttemperatuur onder het nulpunt en koelde het water dus weer af tot deze 2 graden. Als je geluk hebt om op dit eiland te zijn tijdens één van de eerste weken met veel zon (dus als het water goed opwarmt) dan is de zeeforel zeer aktief – na een lange en koude winter voedt ie zich dan met zowat al wat hij kan vinden. Helaas, de week dat wij er waren was het niet zo’n goed weer – elke dag veel wolken, soms zelfs koude regen.
- de visibiliteit van het water: een interessant fenomeen gebeurt soms in de Oostzee wanneer het hard regent over grote delen van Skandinavië: dan kleurt het water bruin tengevolge van het aangevoerd slib. In dit bruin water (de Denen zeggen: “funny color“) is het zeer moeilijk om zeeforel te vangen, de vis ligt dan eerder te rusten en te wachten tot het water weer haar normale, heldere kleur heeft. Wilt u dus een last-minute bezoekje aan deze eilanden brengen om zeeforel te gaan vissen, dan is het zeker de moeite om na te gaan wat een weer het de laatste dagen was in Skandinavië. Regende het net heel hard gedurende de vorige week (zoals bij ons het geval was geweest), dan kan u beter uw bezoek aan deze eilanden uitstellen…
- algen, meer bepaald de “chattella algae” zoals de Denen ze noemen, ook bekend als “Chattonella“: zie voor meer informatie op deze website of deze website.
Tijdens onze laatste visdag op het eiland kwamen twee viswachters onze visvergunningen controleren. Zoals elke Deen die we deze week tegenkwamen waren ook deze 2 ambtenaren zeer vriendelijk en zij bezorgden ons dan ook een hele uitleg aangaande deze algen. Volgens hen kwam deze algensoort rond 1998 in de Deense wateren, het is dus een door de mens ingevoerde exoot (de alg zou tot in Denemarken “meegereisd” zijn op grote zeeboten), maar het zou slechts de 2 laatste jaren echt een probleem beginnen vormen voor de vis.
Deze alg gedijt het beste tussen 0 en 2°C (temperatuursoptimum) en maakt dus ten volle gebruik van het koude (winter)water om zich te vermeerderen. Des te strenger de winter is, des te meer algen er zijn. Op zich zijn algen geen problemen, men vindt allerhande zeewieren en algen rondom het eiland – maar deze specifieke alg heeft een voor de vis onaangename eigenschap: het maakt kwartskristallen aan en deze kristallen verwonden de kieuwen van de vissen. Aangezien deze verwondingen zeer pijnlijk zijn voor de vis (en mogelijk zelfs gevaarlijk kunnen zijn) verkiezen de zeeforellen ervoor om niet in de ondiepe wateren te vertoeven, ze gaan veel liever in diepe waterlagen (waar weinig of geen zonlicht doorkomt en dus waar er ook weinig of geen algen aanwezig zijn) wachten tot het water genoeg is opgewarmd om een massale algensterfte van deze algensoort te veroorzaken. Volgens de 2 heren zou het “schommelpunt” tussen de 6 en 8°C liggen. Warmt het water op tot deze temperatuur, dan gedijdt deze algensoort niet meer goed en sterft ze massaal af. Het is dus pas vanaf die watertemperatuur dat men de vis dicht tegen de kant en in ondiepere wateren kan vinden… tot dan moet men, indien men toch echt zeeforel wil vangen, ver van de kant (met een boot) en diep vissen. Voor een overzichtelijke kaart van de verspreiding van deze alge in maart 2011 kan u op deze link terecht. - eutrofiëring van het water: nog een gevolg van een strenge en lange winter is dat het (Deense) zee- en fjordenwater meer stikstof bevat dan gewoonlijk. Dit komt omdat de landbouwers hun vee “te lang” op stal moeten houden, hierdoor ontstaat een hoeveelheid mest dat de boeren niet altijd kunnen verwerken. Indien een landbouwer genoodzaakt is om zijn beerput tijdens de winter te legen (en dus uit te rijden op bevroren velden) dan dringt deze mest niet in de bodem maar spoelt onmiddelijk af…in de waterlopen en de zee en fjorden. Een onmiddelijk gevolg van dit “stikstofrijke” zeewater is een tierige algengroei, een secundair gevolg is een verlaagde zuurstofconcentratie in het water tengevolge van de algengroei. Na een zeer strenge winter (zoals de winter van 2010-2011) is dus spijtig genoeg te verwachten dat er een verhoogde vissterfte zal zijn in de daaropvolgende zomer tengevolge van de te lage zuurstofconcentratie van het water.
Zoals u kon lezen waren er vele mogelijke redenen om uit te leggen waarom er weinig of geen zeeforel gevangen werd op het eiland toen we er waren. Eén uitzondering op deze regel was “Odense Fjord”. Aangezien in dit fjord de grootste rivier van Funen uitmondt ligt de watertemperatuur hoger, was er geen probleem van watervisibiliteit en waren er ook zogoed als geen “Chattella algea”. In deze fjord werd dus wel vis gevangen en moest u in de winter naar Funen trekken dan is het zeker de moeite om dit fjord fatsoenlijk af te vissen – maar let er wel op dat de minimummaat in deze fjord hoger ligt dan normaal (45cm! en niet 40cm zoals overal elders) en dat het van 1 oktober tot de eerste zaterdag van maart verboden is om hier te vissen.
Welk kunstaas u het beste kan gebruiken varieert gedurende het jaar, de weersomstandigheden, enz. maar er kunnen wel 2 regels gegeven worden: voorzie zeker rood kunstaas (of tenminste kunstaas met rode stippen/zones) EN werk met vliegen. Indien u vliegvisser bent is dit geen probleem (alhoewel het weer en vooral de wind het vaak moeilijk maken om met de vlieg te vissen) maar ook voor niet-vliegvissers is dit geen probleem: gebruik een Bombarda of hang een vlieg als “springer” een anderhalve meter voor uw kunstaas.
Welke kunstvliegen u het beste kan gebruiken varieert net zoals het kunstaas naargelang een heleboel factoren. Door u op voorhand goed te informeren zal u ongetwijfeld namen en bindpatronen vinden om reeds een aantal vliegen op voorhand te binden/aan te schaffen en ter plaatse kan u ook in de viswinkels gaan “polsen” of kant en klare vliegen aanschaffen. Eén vlieg wil ik hier toch wel even vermelden: de “pattegris“, een garnaal-imitatie die zeker niet in uw vliegendoos mag ontbreken!
Het materiaal om zeeforel te vissen varieert lichtjes van het zeebaarsgerief want de hengel dient soepeler te zijn. Wij hebben in maart een 9′2″ Lamiglas hengel geprobeerd als kunstaashengel, de XMG50. Dit op aanraden van Peter De Kock en voor deze raad onze dank want de hengel was inderdaad geweldig (lees hier meer over in onze materiaal rubriek). De molens voor zeebaars zijn zeker voldoende sterk en groot – als u kleinere molens hebt kan u die ook gebruiken.
Gebruik gevlochten lijnen met een minimale breuksterkte van 12 of 14kg (want u wil toch ook wel die grote zeeforel aan de kant krijgen), maar streef er wel naar om steeds zo’n dun mogelijke draad te gebruiken. Als onderlijn opteert u best standaard voor fluorocarbon tussen 26/100 en 34/100 (al vissen de Denen vaak met dunnere draad…).
Als vliegvishengel gebruikte ik wel mijn zeebaarshengel, een Orvis T3 hengel van 9′. Voorzie sowieso vliegvishengels die aangepast zijn aan zwaardere lijnen (8 of 9) en u gebruikt best WF vliegvislijnen.
Andere vis
De wateren rondom deze eilanden zijn best wel goed voorzien van vis. Moest u dus (zoals wij tijdens dit bezoek) “pech” hebben met de zeeforel, dan kan u nog steeds andere vissen opzoeken.
Platvis kan u het hele jaar door (met meer of minder succes) in de haven van Fredericia vissen. Mijn vriendin heeft hier begin maart haar eerste platvisje boven water gehaald! Om deze platvis te vangen kan u verschillende technieken proberen, maar het meest effectieve is zonder twijfel op de grond vissen (of surfcasting) met een “borsteore” oftewel de plaatselijke zager. Wenst u ter plekke verse zagers aan te schaffen dan kan u terecht in een klein hengelsportzaak net langs de haven van Fredericia: Lillebaeltsport. De winkel is zeer gemakkelijk te vinden: wanneer u van de snelweg komt en richting haven rijdt is het net voor het eerste dok aan uw rechterkant.
In het geep-seizoen kan u hier ook zeer leuk gepen. Geep wordt hier zowel op kunstaas als op kunstvliegen gevangen. De Deense geep is iets groter dan wat wij gewend zijn in België. Een leuke Deense uitspraak (die al verschillende keren waar bleek te zijn) is devolgende: “als het koolzaad in bloei staat, komt de geep er aan“.
Vroeger werd er veel en grote gul gevangen aan de oude brug van Middlefart. Spijtig genoeg wordt er nu minder gul gevangen (zowel in aantal als in grootte), wat zeker niet belet dat u eens uw kans waagt bij valavond.
Als u zoals mij graag al wadend vist, verschiet dan niet indien er opeens een grote bruinvis langs u gezwomen komt. Deze walvisachtige die men in de Oosterschelde ook weleens tegenkomt ziet men hier regelmatig.
Verblijfplaatsen
Dit eiland is zeer goed ingericht voor vissers. De meeste challets die er verhuurd worden zijn voorzien van een grote diepvries waar u uw vis onmiddelijk in kan invriezen. Deze challets kan u op voorhand boeken via internet of een reisagentschap.
Ook zijn er zeer veel campings over het hele eiland verspreid. Let wel op dat er zogoed als geen enkele camping open is voor begin april. We hebben lang moeten zoeken voordat we er 2 vonden die wel het hele jaar open zijn:
- Camp Blommenslyst: een klein en zeer fijne camping dichtbij Odense, uitgebaat door een leuke Duitse dame. In de winter kan u best wel eerst telefonisch contact opnemen.
- Hindsgavl Camping: een grotere camping dichtbij Middlefart.
Er zijn ongetwijfeld nog wel meer campings open gedurende het hele jaar, maar die hebben wij niet onmiddelijk gevonden.
Ivm campings: Denemarken is zeer goed georganiseerd. U kan onder andere de “DK-camping guide” doornemen met meer dan 300 beschreven campings.
Vergeet niet dat u ook in Denemarken verplicht bent een “scandinavian camping card” te hebben om u in te kunnen schrijven op de camping. Deze kaart kan u in elke camping aanschaffen (indien u er nog geen heeft) en is dan het hele kalenderjaar geldig. Nadien kan u de kaart 5 jaar lang blijven verlengen voordat u weer een nieuwe kaart dient aan te schaffen…
Natuur, cultuur en culinair
Over natuur valt weinig te zeggen: het is overal op de eilanden en zeer mooi. Elk seizoen heeft zo haar eigen charmes op deze eilanden.
Cultuur is ook zeker te vinden op de eilanden. Odense is de 2e grootste stad van Denemarken en er valt dus een heleboel te bezoeken – teveel om op te noemen.
Culinair is een andere zaak… zoals reeds gezegd: alles is duurder in Denemarken, de meeste toeristen voorzien dus zoveel mogelijk voedsel van thuis uit (conserves, diepvries, …). De Deense keuken is ook niets speciaals en in Odense komt u meer Italiaanse, Chinese, Thaise, … restaurants tegen dan lokale keukens.
Een Italiaans restaurantje in Odense waar wij zeer goed gegeten hebben was “La Melisa“. Een zeer fijne keuken, lekker, snel en alles supervriendelijk opgediend in een leuk decor.
Moest u een restaurantje zoeken in Odense dan kan u kijken in het “Odense Spiseguide” – een boekje met een lijst van alle restaurants dat u in de VVV-kantoren kan vinden of zelfs op de meeste campings rondom Odense…
Overigens valt er nog vanalles te doen op deze eilanden: fietsen, golfen, kayakken,… kortom: genoeg aktiviteiten voor de hele familie … en laat papa maar rustig vissen




